Welke vragenlijst moet worden gekozen voor een schouderonderzoek in de fysiotherapie?

DASH, QuickDASH, SPADI of Constant-score?

Door ons tempo en onze gewoonten nemen we zelden de tijd om een werkelijk weloverwogen keuze te maken voor onze evaluatie-instrumenten.

Deze schoudervragenlijsten in de kinesitherapie meten echter niet hetzelfde en beantwoorden niet dezelfde klinische doelstellingen.

In enkele minuten biedt dit artikel een overzicht om u te helpen de vragenlijst te kiezen die het best past bij de situatie van uw patiënt.

Momenteel bestaan er verschillende tientallen vragenlijsten voor de evaluatie van de schouder (Angst et al., 2011).

Van de vele beschikbare instrumenten zijn er slechts enkele werkelijk bruikbaar in de dagelijkse praktijk, met name vanwege hun toegankelijkheid, eenvoud en gebruiksvoorwaarden.

Dit artikel richt zich bewust op de meest gebruikte instrumenten in de praktijk en die geïntegreerd zijn in ABAK.

Het is gebaseerd op een selectie van artikelen uit de wetenschappelijke literatuur (PubMed) en referentiedatabanken in de revalidatie.

Welke criteria gebruiken om een vragenlijst voor de schouder in de kinesitherapie te kiezen?

Wat wilt u meten?

Voordat u een vragenlijst kiest, is de eerste vraag eenvoudig: wat probeert u werkelijk te evalueren?

Ondanks vergelijkbare benamingen meten schoudervragenlijsten niet dezelfde dimensies. Sommige richten zich op pijn, andere op functie en weer andere op de globale beperking van de bovenste extremiteit. Dit verschil is bepalend bij de keuze van het instrument.

De SPADI (Shoulder Pain and Disability Index) is bijvoorbeeld opgebouwd rond twee hoofddimensies: pijn en functie. Hij is daarom bijzonder geschikt wanneer het doel is om de symptomatische evolutie van een schouderaandoening te volgen (Desai et al., 2010).

Daarentegen beoordelen de DASH en de korte versie QuickDASH de globale impact van aandoeningen van de bovenste extremiteit. Ze omvatten activiteiten die de hele arm betreffen en niet alleen de schouder. Dit maakt ze geschikte instrumenten in situaties waarin de aandoening diffuser is of wanneer men de globale functionele impact wil beoordelen (Desai et al., 2010).

De Constant-Murley score hanteert een andere benadering. Hij combineert subjectieve elementen (pijn, activiteiten van het dagelijks leven) en klinische metingen (mobiliteit, kracht). Het is dus niet alleen een vragenlijst, maar een samengesteld klinisch evaluatie-instrument dat zowel de perceptie van de patiënt als het onderzoek door de clinicus integreert (Desai et al., 2010).

👉 In de praktijk gaat het er niet om de “beste” vragenlijst te kiezen, maar degene die overeenkomt met de dimensie die u wilt opvolgen.

  • Opvolging van pijn en schouderspecifieke beperking → SPADI
  • Globale functionele evaluatie van de bovenste extremiteit → DASH / QuickDASH
  • Klinische evaluatie met objectieve metingen → Constant

Deze eerste stap maakt het al mogelijk een groot deel van de keuze te sturen.

Wie voert de evaluatie uit: de patiënt of de clinicus?

Een ander essentieel criterium bij de keuze van een vragenlijst is de oorsprong van de evaluatie:
gaat het om een door de patiënt gerapporteerde score, of om een meting die het klinisch onderzoek integreert?

Vragenlijsten zoals de DASH, de QuickDASH of de SPADI zijn PROMs (Patient-Reported Outcome Measures). Ze zijn uitsluitend gebaseerd op de perceptie van de patiënt: pijn, beperkingen in activiteiten en de inschatting van zijn eigen mogelijkheden.
Dit type instrument heeft verschillende voordelen: het is eenvoudig af te nemen, reproduceerbaar en weerspiegelt rechtstreeks de impact van de aandoening op het dagelijks leven.

De Constant-Murley score is daarentegen een samengesteld instrument. Hij combineert:

  • een subjectief deel (pijn, activiteiten),
  • en een objectief deel gebaseerd op klinisch onderzoek (mobiliteit, kracht).

Deze hybride positionering verandert het gebruik ervan fundamenteel. Ze vereist materiaal, standaardisatie van de metingen en introduceert een zekere variabiliteit afhankelijk van de onderzoeker.

👉 Deze keuze is niet neutraal.

PROMs maken het mogelijk om de door de patiënt ervaren evolutie eenvoudig te volgen, met een goede reproduceerbaarheid.
Scores die klinische metingen integreren leveren aanvullende informatie, maar tegen de prijs van grotere complexiteit en mogelijke variabiliteit.
Deze twee benaderingen staan niet tegenover elkaar, maar beantwoorden aan verschillende logica’s.

👉 In de praktijk gaat het erom te bepalen wat u wilt prioriteren:

  • een meting die gericht is op de ervaring van de patiënt,
  • of een evaluatie die perceptie en klinische gegevens combineert.

Dit criterium beïnvloedt rechtstreeks de haalbaarheid, de reproduceerbaarheid en de interpretatie van de resultaten.

In welke klinische context?

De keuze van een vragenlijst hangt ook af van de context waarin deze wordt gebruikt.
Eenzelfde instrument heeft niet dezelfde relevantie afhankelijk van de klinische situatie, het stadium van evolutie of de doelstellingen van de evaluatie.

Verschillende elementen moeten in aanmerking worden genomen.

Stadium van evolutie

In de acute fase, wanneer de pijn belangrijk en fluctuerend is, kunnen sommige vragenlijsten minder relevant of moeilijker te interpreteren zijn.
Daarentegen maken zij in de chronische fase of tijdens de opvolging het mogelijk om de functionele evolutie en de impact van de behandeling te objectiveren.

Type pathologie

Niet alle vragenlijsten zijn even geschikt voor alle schouderpathologieën.
Sommige instrumenten zijn ontwikkeld voor een brede toepassing (aandoeningen van de bovenste extremiteit), terwijl andere specifieker gericht zijn op de schouder.
Dit verschil kan hun gevoeligheid voor verandering en de relevantie van de verzamelde informatie beïnvloeden.

Zorgcontext

De gebruiksomgeving beïnvloedt eveneens de keuze:

  • dagelijkse praktijk,
  • postoperatieve opvolging,
  • klinisch onderzoek.

De verwachtingen verschillen op het gebied van precisie, standaardisatie en vergelijkbaarheid van de resultaten.

Sommige vragenlijsten bieden specifieke aanpassingen voor bepaalde contexten.
De DASH en de QuickDASH beschikken bijvoorbeeld over optionele modules voor populaties met hoge functionele eisen, zoals sporters, artiesten of bepaalde beroepsgroepen. Deze modules worden afzonderlijk gescoord en maken het mogelijk de evaluatie in specifieke contexten te verfijnen (Institute for Work and Health, DASH Outcome Measure).

👉 Het gebruik ervan blijft echter beperkter in de routinepraktijk en is niet van toepassing op alle klinische situaties.

Specifieke beperkingen van bepaalde instrumenten

Sommige vragenlijsten vertonen beperkingen in specifieke situaties.
Zo kunnen instrumenten die functionele metingen bevatten minder geschikt zijn wanneer pijn de uitvoering van bepaalde testen verhindert, of wanneer de meetomstandigheden niet gestandaardiseerd zijn.

👉 De klinische context op zich bepaalt niet de keuze van de vragenlijst, maar beïnvloedt sterk de relevantie en de interpretatie ervan.

Wat zijn de praktische beperkingen?

Naast theoretische overwegingen wordt de keuze van een vragenlijst sterk beïnvloed door praktische beperkingen.
Beschikbare tijd, gebruiksgemak en vereist materiaal bepalen rechtstreeks de integratie van het instrument in de dagelijkse praktijk.

Afnametijd

Niet alle vragenlijsten brengen dezelfde werklast met zich mee.
De DASH, met zijn 30 items, is uitgebreider maar ook tijdrovender in afname en analyse.
De QuickDASH of de SPADI zijn korter en daardoor vaak beter geschikt voor gebruik in de routinepraktijk.

De benodigde tijd beperkt zich niet tot de afname: ze omvat ook de controle van de antwoorden en de berekening van de score.

Gebruiksgemak

Een instrument dat gemakkelijk te begrijpen is, snel kan worden ingevuld en eenvoudig te scoren is, zal gemakkelijker in de klinische routine worden geïntegreerd.
Omgekeerd zal een vragenlijst die als complex of belastend wordt ervaren, eerder worden verlaten, zelfs als deze goede meeteigenschappen heeft.

Vereist materiaal

Sommige vragenlijsten zijn zelf in te vullen en vereisen geen specifiek materiaal.
Andere, zoals de Constant-Murley score, omvatten klinische metingen (mobiliteit, kracht) die materiaal en gestandaardiseerde omstandigheden vereisen.

Deze vereisten kunnen het gebruik ervan in bepaalde contexten beperken.

Acceptatie door de patiënt

De lengte van de vragenlijst, de duidelijkheid van de vragen en de relevantie van de items beïnvloeden de bereidheid van de patiënt om mee te werken.
Een te lange of als niet passend ervaren vragenlijst kan leiden tot onvolledige antwoorden of een vermindering van de kwaliteit van de gegevens.

👉 In de praktijk is een niet perfect maar gemakkelijk te gebruiken vragenlijst vaak relevanter dan een theoretisch superieur instrument dat moeilijk te integreren is.

Welk niveau van precisie wordt verwacht?

De keuze van een vragenlijst hangt uiteindelijk af van het nagestreefde niveau van precisie en van het doel van de evaluatie.

Alle voorgestelde instrumenten beschikken over globaal bevredigende meeteigenschappen.
Ze worden echter niet op dezelfde manier gebruikt, afhankelijk van het doel: het opvolgen van een patiënt, het vergelijken van groepen of het produceren van bruikbare onderzoeksgegevens.

Individuele opvolging

In de klinische praktijk is het doel meestal om de evolutie van een patiënt in de tijd op te volgen.
In deze context moet het instrument:

  • gevoelig zijn voor verandering,
  • gemakkelijk te herhalen zijn,
  • eenvoudig te interpreteren zijn.

Korte en reproduceerbare vragenlijsten zijn doorgaans goed geschikt voor dit gebruik.

Vergelijking en onderzoek

In een onderzoeks- of vergelijkingscontext zijn de vereisten anders.
De standaardisatie van de afnamecondities, de precisie van de metingen en de vergelijkbaarheid van de resultaten worden essentieel.

Meer uitgebreide instrumenten of instrumenten die klinische metingen integreren, kunnen dan een bijkomende meerwaarde bieden.

Interpretatie van scores

De interpretatie van resultaten is vaak gebaseerd op indicatoren zoals de MCID (Minimal Clinically Important Difference) of de MDC (Minimal Detectable Change).
Deze waarden maken het mogelijk om te beoordelen of een verandering in de score klinisch relevant is of enkel te wijten is aan meetvariabiliteit.

Niet alle vragenlijsten beschikken over hetzelfde niveau van documentatie voor deze indicatoren, wat hun gebruik kan beïnvloeden, met name bij individuele opvolging.

👉 In de praktijk moet de keuze van de vragenlijst in overeenstemming zijn met het nagestreefde doel:
een patiënt opvolgen, een evolutie objectiveren of vergelijkbare gegevens produceren.

Sommige aanbevelingen uit de literatuur suggereren om de keuze van de instrumenten aan te passen aan het doel.

In een klinische context worden vaak korte en patiëntgerichte vragenlijsten zoals de QuickDASH of de SPADI gebruikt.
Daarentegen kunnen in een onderzoekscontext meer uitgebreide instrumenten zoals de DASH, eventueel gecombineerd met klinische metingen, worden ingezet om meer gedetailleerde gegevens te verkrijgen (Angst et al., 2011).

Synthetische vergelijking van vragenlijsten

Voordat we in detail treden over elk instrument, maakt een snelle vergelijking het mogelijk om de belangrijkste verschillen te visualiseren.
Deze tabel vat de essentiële kenmerken samen van de meest gebruikte vragenlijsten voor schouderevaluatie.

📊 Samenvattende tabel

VragenlijstTypeHoofddoelAantal itemsTijdMateriaalSpecificiteit
DASHPROMFunctie bovenste extremiteit30~10 min (afname) + ~2 min (controle & berekening)GeenBovenste extremiteit (globaal)
QuickDASHPROMFunctie bovenste extremiteit11~8 min (afname)GeenBovenste extremiteit (globaal)
SPADIPROMPijn + schouderfunctie13~2–5 min (afname) + ~2 min (berekening)GeenSchouder (specifiek)
Constant-MurleyGemengdGlobale klinische evaluatie10~5–7 min (incl. klinische metingen)Ja (goniometer; dynamometer)Schouder (klinisch)

📊 Een vereenvoudigde visuele versie van deze tabel is hieronder beschikbaar.

Deze kan worden gedeeld om de keuze in de klinische praktijk te vergemakkelijken.

👉 De vermelde tijden komen overeen met gebruik in papieren vorm, inclusief afname, controle van de antwoorden en berekening van de score wanneer nodig.

Met digitale ondersteuning worden deze stappen (controle en berekening) geautomatiseerd, waardoor de benodigde tijd en het risico op fouten aanzienlijk worden verminderd.

Snelle lezing

  • DASH / QuickDASH: globaal beeld van de bovenste extremiteit
  • SPADI: gericht op pijn en schouderbeperking
  • Constant-Murley: klinische benadering die patiëntperceptie en objectieve metingen combineert

👉 De belangrijkste verschillen berusten op:

  • de gemeten dimensie (globaal vs specifiek),
  • het type evaluatie (patiënt vs clinicus),
  • en de praktische beperkingen.

Naast de algemene kenmerken is de interpretatie van scores een essentieel element voor de opvolging van patiënten.
Indicatoren zoals de MCID of de MDC maken het mogelijk om te beoordelen of een verandering in de score klinisch relevant is.

Hoe moeten scores worden geïnterpreteerd?

De populaties die gebruikt zijn om de meetwaarden van deze vragenlijsten vast te stellen, zijn zeer heterogeen, wat een directe vergelijking van SEM, MDC of MCID bemoeilijkt.

In plaats van moeilijk vergelijkbare cijfers naast elkaar te plaatsen, hebben we ervoor gekozen deze te vertalen naar drempelwaarden die direct bruikbaar zijn in de klinische praktijk.

Deze referentiewaarden zijn gebaseerd op een synthese van de literatuur, met name uit de database van het Shirley Ryan AbilityLab, aangevuld met recentere publicaties.

De onderstaande waarden mogen niet worden beschouwd als strikte grenzen, maar als klinische referentiepunten om de evolutie van een patiënt te beoordelen.

Er worden drie zones voorgesteld om de interpretatie te vergemakkelijken:

  • 🟡 Waargenomen verandering: verbetering ervaren door de patiënt, maar mogelijk onder de meetfout
  • 🟠 Onzekerheidszone: verandering die moeilijk met zekerheid te interpreteren is
  • 🟢 Reële verandering: verbetering die groot genoeg is om de meetfout te overschrijden en als betrouwbaar te worden beschouwd

📊 Referentiewaarden

Score🟡 Waargenomen verandering🟠 Onzekerheidszone🟢 Reële verandering
Constant-Murley5–1010–15≥15
DASH≈1010–15≥15
QuickDASH≈88–11≥11 (of ≥15 conservatief)
SPADI8–1010–17≥18

De weergegeven waarden zijn indicatief en kunnen variëren afhankelijk van populaties en klinische contexten.
Ze moeten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en altijd in relatie tot de patiënt worden beschouwd (Angst et al., 2011; Roy et al., 2009).

Een referentiebron voor de meeteigenschappen van vragenlijsten is de database van het Shirley Ryan AbilityLab, die gedetailleerde samenvattingen biedt van gevalideerde instrumenten in de revalidatie.

📊 Een vereenvoudigde visuele versie van deze tabel is hieronder beschikbaar.
Deze kan worden gedeeld om de besluitvorming in de klinische praktijk te vergemakkelijken.

Welke vragenlijst voor welke situatie?

In plaats van te zoeken naar een “ideaal” instrument, is het vaak relevanter om de keuze van de vragenlijst aan te passen aan de klinische situatie en het doel van de evaluatie.

De volgende beslisboom biedt een eenvoudige leidraad om deze keuze te ondersteunen.


Beslisboom

👉 1. Wat wilt u prioritair evalueren?

  • Globale impact van de bovenste extremiteit
    → DASH of QuickDASH
  • Pijn en schouderspecifieke beperking
    → SPADI
  • Klinische evaluatie met objectieve metingen
    → Constant-Murley score

👉 2. Als u een globale vragenlijst kiest (DASH / QuickDASH)

  • Beperkte tijd beschikbaar
    → QuickDASH
  • Behoefte aan een meer uitgebreide evaluatie
    → DASH

👉 3. Wilt u klinische metingen integreren (kracht, mobiliteit)?

  • Ja
    → Constant-Murley score
  • Nee
    → DASH / QuickDASH / SPADI

👉 4. Vereist de context een hoge gebruiksvriendelijkheid?

  • Ja
    → QuickDASH of SPADI verkiezen
  • Nee
    → alle instrumenten kunnen worden overwogen

📊 Een visuele versie van deze beslisboom is hieronder beschikbaar om het gebruik in de klinische praktijk te vergemakkelijken.

Belangrijk

Deze beslisboom heeft niet als doel om de “beste” vragenlijst te bepalen, maar om het instrument aan te passen aan de klinische situatie, de beschikbare tijd en het nagestreefde doel.

Beperkingen en aandachtspunten

Ondanks hun goede meeteigenschappen vertonen deze vragenlijsten een aantal beperkingen die belangrijk zijn om te kennen voor een correct gebruik.

Invloed van de perceptie van de patiënt

Zelf in te vullen vragenlijsten (PROMs) zijn gebaseerd op de perceptie van de patiënt.
Ze kunnen beïnvloed worden door factoren die niet specifiek zijn voor de schouder, zoals:

  • emotionele toestand,
  • catastroferen,
  • of de algemene gezondheidscontext.

Deze elementen kunnen de scores beïnvloeden, onafhankelijk van de werkelijke klinische evolutie.


Variabele specificiteit afhankelijk van het instrument

De DASH en de QuickDASH beoordelen de bovenste extremiteit als geheel.
Ze kunnen dus beïnvloed worden door aandoeningen buiten de schouder, wat hun specificiteit in bepaalde situaties kan beperken.

Daarentegen zijn meer gerichte instrumenten zoals de SPADI specifiek voor de schouder, maar mogelijk minder geschikt om de globale functionele impact te evalueren.


Specifieke beperkingen van de Constant-score

De Constant-Murley score vertoont verschillende bijzonderheden:

  • interobservervariabiliteit gerelateerd aan klinische metingen,
  • moeilijkheden in standaardisatie, met name voor krachtmeting,
  • het bestaan van meerdere versies, wat vergelijkingen soms bemoeilijkt.

Bovendien blijven gegevens over bepaalde meeteigenschappen (zoals drempels voor klinisch relevante verandering) beperkt, wat voorzichtigheid vereist bij de interpretatie van individuele resultaten.

Ten slotte kan dit instrument minder geschikt zijn in bepaalde situaties, met name wanneer pijn de uitvoering van tests sterk beperkt, en het werd niet ontwikkeld voor de evaluatie van instabiele schouders, waarvoor andere specifieke instrumenten meer geschikt zijn (Constant et al., 2008; Wolfensberger et al., 2016).


Interpretatie blijft klinisch

Scores mogen niet geïsoleerd worden geïnterpreteerd.
Een verandering in score weerspiegelt niet altijd een klinisch relevante evolutie.

👉 Deze instrumenten moeten worden beschouwd als hulpmiddelen bij de besluitvorming en niet als vervanging voor klinisch redeneren.

Conclusie

Er bestaat geen “beste” vragenlijst, alleen instrumenten die geschikt zijn — of verkeerd gebruikt.

Het kiezen van het juiste instrument, op het juiste moment, blijft een essentieel onderdeel van een gestructureerde klinische praktijk.


Referenties

Angst, F., Schwyzer, H., Aeschlimann, A., Simmen, B. R., & Goldhahn, J. (2011). Measures of adult shoulder function : Disabilities of the Arm, Shoulder, and Hand Questionnaire (DASH) and Its Short Version ( Quick DASH), Shoulder Pain and Disability Index (SPADI), American Shoulder and Elbow Surgeons (ASES) Society Standardized Shoulder Assessment Form, Constant (Murley) Score (CS), Simple Shoulder Test (SST), Oxford Shoulder Score (OSS), Shoulder Disability Questionnaire (SDQ), and Western Ontario Shoulder Instability Index (WOSI). Arthritis Care & Research, 63(S11). https://doi.org/10.1002/acr.20630 

Constant, C. R., Gerber, C., Emery, R. J. H., Søjbjerg, J. O., Gohlke, F., & Boileau, P. (2008). A review of the Constant score : Modifications and guidelines for its use. Journal of Shoulder and Elbow Surgery, 17(2), 355‑361. https://doi.org/10.1016/j.jse.2007.06.022 

Cordesse, G. (2014). Le questionnaire DASH (Disabilities of the Arm, Shoulder and Hand), un outil pour le bilan de l’épaule ? Kinésithérapie, la Revue, 14(149), 17‑20. https://doi.org/10.1016/j.kine.2014.01.011 

Desai, A. S., Dramis, A., & Hearnden, A. J. (2010). Critical appraisal of subjective outcome measures used in the assessment of shoulder disability. The Annals of The Royal College of Surgeons of England, 92(1), 9‑13. https://doi.org/10.1308/003588410X12518836440522 

FS Arthroplastie épaule_sept 2008. (s. d.). 

Kolber, M. J., Salamh, P. A., Hanney, W. J., & Samuel Cheng, M. (2014). Clinimetric evaluation of the disabilities of the arm, shoulder, and hand (DASH) and Quick DASH questionnaires for patients with shoulder disorders. Physical Therapy Reviews, 19(3), 163‑173. https://doi.org/10.1179/1743288X13Y.0000000125 

Roach, K. E., Budiman‐Mak, E., Songsiridej, N., & Lertratanakul, Y. (1991). Development of a Shoulder Pain and Disability Index. Arthritis & Rheumatism, 4(4), 143‑149. https://doi.org/10.1002/art.1790040403 

Roy, J., MacDermid, J. C., & Woodhouse, L. J. (2009). Measuring shoulder function : A systematic review of four questionnaires. Arthritis Care & Research, 61(5), 623‑632. https://doi.org/10.1002/art.24396 

Straaten, M. V., Cloud, B., Zhao, K., & Morrow, M. (2017). Shoulder Health after SCI: PT Examination

Turner, P., & Whitfield, T. W. A. (1997). Physiotherapists’ use of evidence based practice : A cross‐national study. Physiotherapy Research International, 2(1), 17‑29. https://doi.org/10.1002/pri.76 

Vrotsou, K., Ávila, M., Machón, M., Mateo-Abad, M., Pardo, Y., Garin, O., Zaror, C., González, N., Escobar, A., & Cuéllar, R. (2018). Constant–Murley Score : Systematic review and standardized evaluation in different shoulder pathologies. Quality of Life Research, 27(9), 2217‑2226. https://doi.org/10.1007/s11136-018-1875-7 

Wolfensberger, A., Vuistiner, P., Konzelmann, M., Plomb-Holmes, C., Léger, B., & Luthi, F. (2016). Clinician and Patient-reported Outcomes Are Associated With Psychological Factors in Patients With Chronic Shoulder Pain. Clinical Orthopaedics & Related Research, 474(9), 2030‑2039. https://doi.org/10.1007/s11999-016-4894-0 

Institute for Work and Health. DASH Outcome Measure [Internet]. Toronto: IWH;
[cited 2026 Mar 29]. Available from: https://dash.iwh.on.ca/

Shirley Ryan AbilityLab. Rehabilitation Measures Database [Internet]. Chicago:
Shirley Ryan AbilityLab; [cited 2026 Mar 29]. Available from : https://www.sralab.org/rehabilitation-measures

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van Abak

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder